De Tropische Border – éen van de zeven tuinen van OpdeHaar

   

 
Bosgebied (Rabattenbos
Engelse borders
Millennium tuin
Rozentuin
Tropische border
Vijver en Rotstuin
Vuur en Ijs tuin

   

 

  In een volgend onderdeel ga ik wat dieper in op onze definitie van een “exotische plant” maar U kunt wel een gevoel krijgen als wij eerst een aantal planten het revue laten passeren. Veel exoten zijn in het tropische perkje samen gebracht en op het einde van 2006 waren er:

  • Gunnera chilensis (syn. G. tinctoria)– (mammoet blad or reuzen rabarber) 
  • Gunnera manicata uit Brazilië 
  • Musa basjoo (Japanse vezelbanaan) Klik hier voor meer informatie over Musa
  • Musa sikkimensis
  • Phormium tenax “Bronze baby” (Nieuwzeelandse vlas)
  • Cordyline australis “Zuidland” (hardy cabbage tree) 
  • Typhonium (Sauromatum) nubicum – reuze of Nubische  voodoolelie
  • Tetrapanax papyrifera “Steroidal Giant” rijstpapier plant
  • Gember soorten:
    • Hedychium maximum en spicatum
    • Roscoea purpurea en “Brown Peacock” selection
    • Roscoea australis
    • Roscoea auriculata “White Cap” en “Floriade
  • Pelargonium endlicherianum (uit Turkije)
  • Olearia x scillionensis(Tasmanian daisy bush)
  • Cytisus battandieri – ananasbrem
  • Melianthus major
  • Clerodendrum bungei 
  • Fatsia japonica “Aureovariegata – Japanse vingerplant,  Voor meer foto’s van Fatsia klik hier
  • Elsholtzia stauntonii “Alba”
  • Nandina domestica – hemelse bamboe
  • Paulownia tomentosa

Vanaf 2008/9 is “Het Tropische Perkje” wat meer van een proeftuin geworden met planten zoals de Tetrapanax verhuisd naar andere plekken in de tuin. Bodembedekkende Echeveria waren een sukses maar moesten elke winter, vorst-vrij,  in de kas doorbrengen en ik was ze een beetje zat en wilde naar een meer vaste beplanting in dit deel van het perkje. Phormium “Bronze Baby”ontwikkelde zich tot een mooie reus centraal achterin de border. ‘S winters heb ik zijn bladderen bij elkaar vastgebonden en het geheel met droge bladderen omgeven en alles door een noppenfolie buitenkooi beschermd. Nooit vorst schade gehad.   Eind 2008 heb ik besloten om te zien wat zou gebeuren wanneer ik niets deed. Met de lange koude lente van 2009 was dat een foute boel en alleen de wortel heeft ‘t deels overleeft. Mijn regel voor de toekomst is dus om alle cordylines, phormiums en grassoorten zoals astelias altijd bescherming te geven. Herstel vanuit de wortel van zulke soorten is te traag en rommelig, althans bij ons. Momenteel heb ik verschillende soorten phormium in potten dat ik in de “Vuur en Ijs Tuin” uitplant en ik ben aan het denken of ik zoiets in de tropisch perkje ga doen.   Eigenlijk, uitkijkend over een witte sneeuwvlakte als ik nu schrijf in januari 2010, wacht ik nog steeds op een Weg naar Damascus flits voor een idee om wat uiteindelijk te gaan doen in het middenste stuk van het perkje. Ik heb een selectie zaden van knallende coleus, osteospermum, mesembryanthemum en dahlia soorten om alles goed op te vullen voor 2010, maar toch, de echeveria waren misschien niet zo een slechte keuze geweest!

Gunnera manicata Fatsia japonica Clerodendrum bungei  
     
Nandina domestica Typhonium (Sauromatum) nubicum “Voodoolelie”  Echeveria elegans

Naast de bovenvermelde vaste beplanting hebben wij Echeveria elegans als een zomer bodembedekker gebruikt. Echeveria zijn niet winter hard maar kunnen heel makkelijk in kisten in de kas overwinteren. Opuntia cactus soorten heb ik nog in potten en op verschillende drogere plekken in de tuin.   Exotische planten zijn ook elders in de tuinen te vinden. In onze rozentuin treft U Trachycarpus fortunei (Chusan palm), Arbutus unedo “Rubra”  (Aardbeiboom),  Opuntia humifusa. Verder komt U veel camelia, bamboe, arisaema en asarum soorten en gemberplanten in overige delen van de tuinen tegen.

 Arbutus unedo “Rubra” Trachycarpus fortunei

   

Wat zijn “exotische planten”? – iets wat tropische oogt?

Hedychium “Tara”

Niets zou gemakkelijker zijn dan dit onderwerp over te slaan maar, staan wij er even bij stil, dan komen er toch enkele interessante punten naar voren. Eigenlijk zijn ongeveer 90% van onze (tuin) planten exotisch wat hun oorsprong betreft – dit zeker in Engeland dankzij de ijstijden, waar zelfs de kastanjeboom een Romeinse import was om niets te zeggen over de talloze introducties in de 19de en 20ste eeuwen. Iets wat tropische oogt Voor ons doel is mijn definitie van een “exotische” plant iets dat “tropisch oogt” of een uitstraling van de tropen of iets ver weg heeft! Planten met grote en/of sierlijke bladeren komen voor de geest zoals gunnera, musa (sierbananen), tetrapanaxen, melianthus. Gekleurde bladeren van canna of colocasia soorten ogen best exotisch. En, tot slot, een palm zoals een trachycarpus, opuntia cacti (“prickly pear”), yucca soorten en agave brengen allemaal gedachten aan ergens ver weg in ons hoofd. Hopelijk bent U nu op mijn golflengte! Winterhardheid Een exotisch plant hoeft niet niet winterhard of zelfs matig winterhard te zijn maar hardheid is inderdaad iets waarmee men rekening moet houden. Onze algemeen huisregel is dat onze exoten voldoende winterhard moeten zijn om hier buiten te blijven eventueel met wat bescherming. Verder, onze interesse geldt voor planten die er mooi uitzien en niet alleen maar “een winter net overleven”. Persoonlijk vind ik niets erger dan een plant die zichtbaar staat te (over) lijden terwijl de trotse tuinder staat te pronken over een plant die eigenlijk thuis hoort in een Centraal Amerikaans regenwoud maar hier toch buiten “groeit”!Exotische beplanting in de tuin. Wow factor op het eind van de zomer Een genoegen in een gevarieerde beplanting zoals bij “Op de Haar” is dat door het gehele jaar iets interessants te vinden is. Maar wanneer veel zomerbloemen er rond eind Augustus wat moe uit beginnen te zien en de frisse eerste bloemen van aster en dahlia’s voorbij zijn, heb je wel een “wow factor” nodig om de periode tot de herfstkleuren te overbruggen. Juist dan zijn veel exotische planten op hun top. Sommige laten weinig van zich zien vóór medio juni zelfs – denk aan veel gembersoorten en melianthus. Dus een combinatie van lente bloeiende bollen met iets zoals Hedychium “Tara” zou een nuttig gebruik van een ruimte zijn.Toch zijn veel van onze exoten in het zgn. “Tropisch Perkje” te vinden. Hier is er volop beschutting en volle zon vanaf ongeveer 10.30 ‘s ochtends. De bodem is goed doorlatend en op een zonnige winterdag is het verassend aangenaam terwijl het in de zomer zelfs bijna onaangenaam is (40°C komt vaak voor). De beplanting is in 2004 begonnen en wij zijn nog steeds bezig om een esthetisch inrichting te bereiken dat stemt ons volledig tevreden. Zelfs 5 jaren geleden waren veel planten van de koudere gebieden van Australasia en Zuid Amerika niet in Nederland “uitgeprobeerd” om niets over blijvende introducties uit landen als Nepal en China te noemen. Verder realiseren wij ons nu dat mits men voor droge condities zorgt, er veel woestijn planten zijn die verassend lage temperaturen kunnen doorstaan. Er is alleen maar één praktische manier om hun geschiktheid in de Nederlandse tuin te ontdekken – uitproberen! Dit experimentele aspect spreekt ons aan. Denk maar eens aan een fictieve tuinman uit het Victoriaanse tijdperk en wat hij zou zeggen over de weelderige beplanting van camelia en bamboe bij ons. Na 15 jaren (zonder enige winter bescherming) krijgen wij nog steeds vragen over hoe wij Fatsia japonica (vinger plant) buiten kunnen overhouden. Meest spectaculair voor veel mensen is onze Trachycarpus fortunei die heeft in mei 2006 voor het eerst gebloeid na 10 jaar.

 Fatsia japonica
Trachycarpus fortunei
 Fatsia japonica  Trachycarpus fortunei

Winterhardheid ontdekken

Onze kas in winter

Toch om te illustreren dat winterhardheid gewoon bestaat om ontdekt te worden, Lawrence Johnston heeft Trachycarpus buiten in Hidcote (Cotswolds, UK) in de jaren ’30 geplant en ze bleven lang staan op een wat open plek op een heuveltop. Mijn punt is eenvoudig dat er heel veel over de winterhardheid van exotische planten blijft te ontdekken. Ze zijn tegenwoordig steeds makkelijker te krijgen via gespecialiseerde kwekerijen of zaadhandelaren ( Websites). Ze bieden ons vaak iets bijzonders aan dat nog niet in elk tuincentrum te vinden is, soms in ruil voor wat moeite in de vorm van winter bescherming. Hopelijk heb ik de verleiding sterk genoeg gemaakt om U ook over te halen iets te proberen.In het hoofdstuk over Canna is er een foto van winterbescherming te vinden en links, ondanks mijn eerder uitgesproken spelregel, ziet U onze volle kas ’s winters.        

Bananen in Nederland

Er is zoveel te vertellen over de bananen (Musa) in onze tuin dat wij hebben en speciale pagina over bananen gemaakt.

 

Klik hier om alles over de bananen te lezen.

 

Hier zijn een paar foto’s om u nieuwsgierig te maken.

Musa basjoo Musa sikkimensis M. basjoo in knop op de plant M. basjoo knop en klein bananas M. basjoo bloem
         
M. basjoo bloem Meeldraad van M. basjoo bloem Klein bananas Klein bananas Klein bananas

 

 

         

Gember soorten

    Mijn eerste belangstelling voor gember planten kwam omdat vele gelukkig zijn in lichte schaduw en dat is altijd interessant voor ons met onze grote bostuin. Zingiber mioga was een primeur in de Millennium Tuin en zijn bloei op een schaduwplek gaf de aanzet voor het planten in 2005 en 2006  van allerlei hedychium en roscoea soorten overal in de tuin, het Tropisch Perkje meegerekend. Het verlies van Canna “Durban”  wegens verrotting (zie volgende sectie) heeft ruimte voor een roscoea collectie gegeven – Roscoa purpurea en Roscoa purpurea “Brown Peacock”, Roscoa auriculata “White Cap” en “Floriade”. Vanaf augustus doen ze denken aan een soort buitenseizoen iris. Ondanks het feit dat ze blijven doorbloeien, vallen ze om en zijn eigenlijk niets voor iemand die een heel net geheel wilt hebben! Trouwens, deze staan allemaal in lichte schaduw ondanks hun plek in het Tropisch Perkje wegens hum positie ten noorden van Musa basjoo en enkele hoge Miscanthus gras soorten. De roscoea zijn allemaal in maart 2006 vanuit tubers van René Zijerveld in potten opgekweekt en vervolgens eind mei uitgeplant. Er is een uitstekend boek van T.M. E. Brannery verschenen onder de titel “Hardy Gingers” in R.H.S. Plant Collector Guide serie (ISBN 0-88192-677-9) dat ik van harte kan aanbevelen.  

Canna

 
 Canna “Durban”  

Wij hebben Canna “Durban voor zijn bladkleur in de border gehad. (Canna “Pretoria heeft een wat vergelijkbaar blad patroon maar met een gele achtergrond in plaats van het paars-rood van Durban.) Net zoals vele tuinders heb ik per vergissing canna en dahlia knollen in de grond achtergelaten in de winter over de jaren. Juist de meeste hebben dit overleefd zonder enige bescherming. In de herfst van 2005 had ik een heel levenslustige groep Canna “Durban in onze Tropische Perkje en heb bewust gekozen om ze buiten ter plekke te laten overwinteren. Ik heb ze een mulch van koeienmest gegeven, daarboven 20cm droge bladeren en knoppenfolie om droogte en isolatie te zorgen (foto beneden). Ondanks dit alles zijn de tubers gewoon in de grond verrot. Het blijft speculeren, maar ik vraag me af of dit iets met de lange, koude periode in de lente te maken heeft. Temperaturen die te laag waren om groei te stimuleren maar toch hoog genoeg om schimmels en verrotting op te laten treden? In dit zelfde verband had ik ergens anders een canna in een heel beschutte plek tegen een zuidelijke muur die heeft trouw de laatste 10 jaren buiten overleefd zonder enige bescherming. Dit is ook in 2006 verdwenen en dat geeft wat steun aan mijn hypothese. 

 

Mijn eerste gedachte was om de canna gewoon te vervangen door “Pretoria” of “Durban” maar ik heb niets kunnen vinden in de handel. Daarom heb ik er roscoea soorten ingezet (zie sectie “Gember soorten”).  

Agaves (2006)

Mijn proeven in de winter 2005-6 kwamen met woestijn bewoners opuntia en agave soorten uit de zuidelijk V.S. Het ging om Agave neomexicana en Agave havardiana, Opuntia soorten waren Opuntia compressa, fragilis, macrorhiza en polyacantha        Deze planten kunnen tot -25ºC tolereren in de droge woestijn. Mijn poging om alles ‘s winters droog te houden kwam in de vorm van een noppenfolie tent. Dankzij mijn eigen stommiteit is deze tent ingestort op twee Agave neomexicana  en  Opuntia polyacantha waardoor de agave veel aangetast werden door verrotting en ik heb ze weggedaan.  

 Agave neomexicana  Opuntia polyacantha

   

Hibiscus of Newbiscus “Mauvelous”

 
Hibiscus “Marvelous”

Wat Europa en Nederland betreft is deze winterharde, grootbloemige hibiscus die in 2005 verscheen een echte doorbraak. Hij werd in 2000 door Gilberg Farms kwekerij in de V.S. onder de naam “Matterhorn” geïntroduceerd en vervolgens in Europa door GreenWorks International. Het is een meerjarige vaste plant voor een zonnige, wat beschutte plek die elk jaar tot een meter groeit en in de herfst tot de wortel terug sterft maar heeft geen bijzonder bescherming nodig. Reusachtige bloemen van minstens 10cm diameter komen vanaf augustus te voorschijn en dit gaat tot in de herfst door.

 

Onze eerste plant kwam ik bij de Firma Esveld in 2005 tegen en, met lichte verbazing, kwam hij zoals beloofd en beschreven in 2006 weer te voorschijn. Het schijnt een kruising tussen Hibiscus syriacus en Hibiscus moscheutos te zijn en is roze: in de V.S. zijn er ook rode en witte varianten, die zullen mischien hier ook komen. Ik neem aan dat dit afhankelijk van de tissue kweek en commerciële planning binnen Green Works is. Van bijzonder interesse is dat de plant bloeit in een gewone border en niet de water behoefte heeft van Hibiscus moscheutos (swamp hibiscus) dat niet bloeit bij onvoldoende vocht. Voor meer foto’s van hibiscus, klik hier  

Melianthus major

 Melianthus major

Melianthus major pronkt met zijn sierlijke, getandebladeren en is lang bekend in de mildere tuinen in Engeland en Ierland. De beroemde Christopher Lloyd van Great Dixter (Engeland) heeft geschreven dat voor hem dit één van de mooiste bladplanten is. Het is een vermomde zegen dat de vorst alle bovengrondse stammen elk jaar kapot maakt omdat de mooiste bladeren op nieuwe stengles komen.  Als U hierover twijfelt, kijk goed naar exemplaren in de botanische tuin van Funchal (Madera) of in zijn thuisgebied in Zuid Afrika waar enkele bladeren waaien op de uiteinden van houtige stammen een beetje zoals plantaardige veren stofdoekjes! Eigenlijk moeten ze elk voorjaar terug gesnoeid worden – je mist hierdoor de bloemen maar “so what”.

 

Als je Melianthus goed door de winter loodst (droog en vorstvrij) is hij verder probleemloos. Dat gezegd, Melianthus major is makkelijk vanuit zaad zelf te kweken en je begint ook kleine planten in toenemende hoeveelheden bij de kwekers aan te treffen. Niet rampzalig als ze niet een winter overleven maar vanuit een goed ontwikkelde wortelstok krijgt u een veel meer sierlijke vertoning en daarom is ‘t wenselijk om planten door de winter te loodsen. Hier in midden Nederland heb ik een gemengde sukses met planten in de volle grond – ondanks alle pogingen om ze tamenlijk droog en vorstvrij te houden gaan ze al te vaak deels verrotten. (Eigenlijk ergens tussen canna soorten en dahliaknollen in als ik moet ‘t kwantificeren) . Daarom ga ik nu mijn planten net boven de grond terugsnoeien zodra de eerste vorst periode is voorspelt en vervolgens de wortelstokken, opgepot in de kas bewaren tot vorstgevaar is voorbij. De wortelsysteem van zelfs een 1 X 1,5m heester heeft niet zo een omvang en daarom zijn grote potten en veel opslagruimte niet nodig . Zodoende, tegen augustus, krijgt u robuste, sierlieke planten voor midden/achter in de border mits u goed bemest en voor voldoende water zorgt.  

Tetrapanax papyrifera

 

 Tetrapanax papyrifera “Steroidal Giant” (October 2006)

Ik heb in de loop van 2005 voor het eerst iets over dit exotische lid van de Aralaceae gehoord van Hans Prins die was ook begin 2006 de leverancier van mijn Tetrapanax papyrifera “Steroidal Giant”. De gewone naam “Rijstpapier plant” geeft zijn gebruik aan in zijn thuislanden van zuidelijk China en Taiwan.Reuze varianten van de gewone Tetrapanax onder de namen Tetrapanax papyrifera “Steroidal Giant” en Tetrapanax papyriferaRex zijn nu in omloop – ze lijken sterk op elkaar maar zijn duidelijk anders dan de gewone Tetrapanax. Belangrijk voor ons is dat, volgens Internet, ze lijken beter winterhard te zijn en kunnen tegen -15°C. Met onze recente milde winters kan ik  hier niet over oordelen. Wat namen betreft staat “Tetrapanax als een gegeven maar verder treft men de volgende varianten aan: papyrifer, papyrifera, papyriferum en papyriferus. Tony Avent van Kwekerij Plant Delights in de VS vertelt iets op zijn website over de origine van de Tetrapanax reuzen en hoe ze anders eruit zien dan de gewone Tetrapanax. Ik heb mijn “Steroidal Giant begin 2006 in een zonnige, beschutte plek vlak bij de Gunnera mannicata uitgeplant. Tot ongeveer augustus gebeurde weinig en toen, gelijk met de natste augustus van de laatste jaren, kwamen de steroïden in actie. Begin November vielen grote bladderen en lieten een forse stam van ~1 m achter. In 2007 ontwikkelde het ding tot een kolos dat de voorgenoemde Gunnera en een achter liggende sierbanaan (Musa sikkimensis) overschaduwde en deed anders tamelijk grote Sauromatum nubicum als een soort randversiering uitzien.

Gunnera manicata Typhonium (Sauromatum) nubicum “Voodoolelie”  

          Met voorkennis had ik ongeveer de ruimte kunnen geven. Uiteindelijk begin 2008 voelde ik me verplicht om de boel te verplaatsen maar dit was ronduit mislukt en geen teken van leven kwam eruit. Toch over flinke oppervlakte begon er enigszins bekende bladderen uit de grond te verschijnen. En, ja, je raadt het al, die ontpopte tot jonge Tetrapanax papyrifera Steroidal Giants“! Hier valt op te merken dat dit verschijnsel heeft niet in 2006/7 plaats gevonden. Door 2008 heb ik deze kleintjes uitgegraven en opgepot en momenteel (November 2008) ontwikkelen ze zich verder in de kas. De Tetrapanax had grote vlezige wortels vlak bij het aardeoppervlak over enkele meters gevormd. Nadat de moederplant weg was, hebben ze duidelijk een overlevingsstimulans gekregen. Misschien zijn mijn waarnemingen voor potentiele kwekers interessant – het grootste succes was met planten van enkele weken oud die hun eigen wortelsysteem hadden ontwikkeld. Kleinere planten met vrijwel alleen dat vlezige “moederwortel” kwamen pas traag op gang. Bovendien, de hoeveelheid ofwel lengte van de moederwortel leek geen enkel effect op het aanslaan van de meegenomen stek te hebben. Ik had vervolgens zoveel mogelijk de wortels verder voorzichtig uitgegraven; bij wijze van proef heb ik lengtes van 0,5m hiervan in een kweekbed uitgezet. Geen planten zijn van deze wortelstekken gekomen en enkele maanden later bleef er niets over, alles was verrot. Tot zover mijn kweek tips. Gezien mijn ervaringen en de tijd sinds de introductie van de reuze Tetrapanax varianten, komt het niet als een verassing dat ze niet moeilijk te krijgen zijn. Opmerkingen over wortel opslag komen vaak voor op Internet en de vraag is of het gebruik van een soort wortelbegrenzer zoals men heeft voor bamboe aan te raden is. Anders zou je een eigen perk in een gazon overwegen – opschot zou gewoon afgemaaid worden. In ieder geval, wees gewaarschuwd mocht U overwegen om een Tetrapanax in een gemengde border te gaan planten. Vanuit eigen ervaring weet ik dat mest fungeert als een lokstof voor hun wortels.       Tetrapanax papyrifera “Steroidal Giant ( vermoedelijk ook “Rex“) zijn ongetwijfeld indrukwekkende planten zoals hier duidelijk te zien is. Opvallend voor mij is hoe goed een aantal planten van wortelopschot wiste zich in tamelijk diepe schaduw te ontwikkelen. Met een oog hierop ben ik van plan om in 2009 een aantal planten in schaduwplekken in ‘t bos te gaan proberen.         In de zomerborder, zit onze enige winterharde citrus plant, Poncirus trifoliata, vol vrucht als ik schrijf in November (foto beneden). Poncirus draagt enorm grote doornen op zijn stam en, lees ik, wordt in Italië voor inbraakweerende hagen gebruikt. Plant hem niet te dicht bij een pad anders loopt men de risico een schram op te lopen. In de lente zijn er veel witte geurende bloemen (foto beneden rechts) en die gaan over in de vruchten in de herfst.  Geïntroduceerd in Europa uit noordelijk China rondom 1850, doet hij het best in volle zon en is volledig winterhard.  

Onze exotische planten elders

 Decaisnea fargesii

Eind 2006 heb ik drie Decaisnea fargesii(augurk struik) vanuit het Tropisch Perkje elders in de tuin verhuisd. Hun bijzondere eigenaardigheid komt in de vorm van blauwe augurkachtige zaaddozen in de herfst (foto rechts). Makkelijk in de kweek stelt het weinig anders voor en ik zou hem niet voor een kleine tuin aanbevelen; hij neemt te veel ruimte in beslag en reikt tot 3m hoog. Dat gezegd en heeft U  wat ruimte over dan zijn de tactiele eigenschappen van de peulen heel erg fascinerend. Ze ogen wat hard maar zijn onverwacht zacht en buigzaam. Gaat U binnen kijken dan treft U zaad in een gelei dat doet denken aan kikkerdril.

 

Zoals vaker verteld, exotische planten zijn door de tuinen heen te vinden. Rondom de rozentuin, bijvoorbeeld, zijn veel exoten die al 10 of meer jaren op hun plaats staan – Opuntia humifusa, Arbutus unedo, Erica arborea “Albert’s Gold”, Phlomis chryosphylla, Daphne cneorum en Trachelospermum jasminoides “variegatum” zijn allemaal stille getuigen van wat men hier door een Nederlandse winter kan loodsen. In dit laatste geval is er meestal geen bijzondere winter bescherming nodig. Verder ziet U hier ook een grote Trachycarpus fortunei (Chusan palm) dat reikt tot het niveau van ons balkon en wordt alleen maar van sneeuw op de bladeren bevrijd in de winter.   Voor informatie/foto’s van andere exotische of minder bekende planten klik hier  

Internet sites

Een uitgebreide website met veel interessante links en een blog

Nog een heel informatieve sites met links is:

 
Terug naar boven