De plantencollecties bij OpdeHaar tuinen – BAMBOE

 

 

 

 

Indien iemand zo recent als in 2006 een opmerking over onze “bamboe verzameling” had gemaakt dan had ik wel over zo een gedachtegang gelachen. Toch heb ik me wel gerealiseerd juist hoeveel soorten er bij zijn gekomen toen wij een inventaris  gedaan als voorbereiding voor dit stuk op de website hebben gedaan. Bamboe oogt heel exotisch en tropisch, zelfs midden in de wintermaanden, en in dit opzicht, alleen maar Fatsia japonica en Trachycarpus fortunei kunnen in mijn mening enige concurrentie aanbieden. Onze bamboes treft U op verschillende plekken in de bossen aan met de meeste planten geconcentreerd op het “Bamboe Pad” – natuurlijk. Een wandeling hier doorheen heeft iets van de sfeer van een mini-oerwoud – probeer het maar! Veel van de kleinere bamboesoorten zijn van huis uit bosplanten en kunnen uitstekend overweg in de (lichte) schaduw van ons bos. De grotere soorten, meestal van het genus Phyllostachys, zijn zonaanbidders en treffen dus geen ideale condities bij ons. Toch zijn ze daar wel en u kunt zelf beoordelen hoe schaduw-tolerant ze zijn tijdens Uw bezoek.

 

 
 Bamboe pad
 Bamboe pad

De aanleiding voor onze beplanting was het gevolg van een bezoek aan Charley Younge’s “Bamboe Park” in Noord Holland na het lezen van een artikel in een tijdschrift rondom 1991. Dat heeft een diepe indruk gemaakt en de sfeer en betrekkelijk probleemloze aard van de bamboe plus een kans om meteen veel verschillende soorten daar aan te schaffen (mijn interesse) die toch heel goed bij elkaar pasten (Joyce’s dringende eis altijd) gaf de doorslag. Tegenwoordig zijn er tamelijk veel gelegenheden om onze ervaringen zelf te herhalen bij verschillende gespecialiseerde kwekers naast De Heer Younge – b.v. Kimmei, De Groene Toko, De Groene Prins om nog maar drie kwekerijen/bamboe tuinen te noemen op verschillende plaatsen in Nederland. (Zie “Websites“)

Informatie bronnen

Tegenwoordig kunt U gemakkelijk informatie via het Internet inwinnen en, zoals net gezegd, kunt U een begin hiermee via het “Website” pagina maken, mocht U een start impuls zoeken. Dat gezegd, voor mij blijft een goede boek onvervangbaar en ik hecht veel waarde aan T.J. Meredith’s “Bamboo for Gardens” van uitgever Timber press (2001), ISBN 0-88192-507-1. 

 
End of bamboo walk
 Eind Bamboe pad

Onlangs in 2005, ook van Timber Press is er Paul Whittaker’s “Hardy Bamboos, taming the dragon”, ISBN 0-88192-685-X. Zeker in Nederland waar tuinen niet de grootste ter wereld zijn, is er een algemene vrees onder veel mensen dat een bamboe, per definitie, elke oppervlakte zal beheersen en andere planten verdrijven, terwijl ze anders bamboe mooi vinden. Whittaker geeft veel nuttige en praktische informatie over dit onderwerp, ook vanuit echte eigen ervaring.

Enkele wetenswaardigheden

Als inleiding op wat U bij ons kunt aantreffen en juist omdat een beetje achtergrondkennis het kijken meer interessant maakt, is het misschien leuk om enkele feiten op een rij te zetten. Bamboe is gewoon een grassoort. Met uitzondering van veel Chusquea soorten heeft het een holle stam of stengel (“halm”)  die is gesegmenteerd via vaste onderdelen die “nodes” heten en deze structuur gaat door tot in het wortel systeem. Hier is er sprake van voedselopslag in rhizomes waarvan twee soorten van belang zijn voor onze uiteenzetting. De eerste is een zgn. “pachymorph rhizome” die geeft een polvormige plant zoals bij Fargesia soorten; de tweede is een lopende of “leptomorph rhizome” die men aantreft op bamboes zoals Phyllostachys soorten die zich verspreiden. Een enkele plant met een leptomorph rhizome kan zich uiteindelijk ontwikkelen tot een heel bos – mijn fantasie hier is een vergelijking te treffen met “De Borg” in Startrek! Nog een laatste punt wat plantennamen betreft: terwijl alles de laatste jaren beter lijkt te gaan, herinner ik me goed de verwarring van begin jaren negentig toen hetzelfde plant bij de kwekers verschillende namen had. Bij de één zag U “Sasa tesselata” terwijl bij een andere stond er “Indocalamnus tesselatus”: Fatsia en Semiarundinaria zijn nog verwisseld. Hou daarom uw ogen open wat namen betreft.

Bamboe in onze tuin

Een bamboespecialist zal terecht opmerken dat ik nog heel veel kan vertellen maar zoals ik reeds vaker heb gezegd, dit is geen boekwerk en het lijkt nu juister om een beetje te vertellen over wat U bij ons op “Op de Haar” kunt zien.

Phyllostachys: Deze bamboesoort (“genus”) bevat de hoogste soorten, soms met anders dan groen gekleurde halmen, die je kunt bij ons in Noord Europa kweken. Ze breiden zich uit door middel van een leptomorph rhizome dat in de regel vlak bij het aardoppervlak blijft en door middel van kunstof begrenzingfolie of gewoon door regelmatig afsteken goed in toom te houden is. Ze doen het best in volle zon maar, zoals U bij ons ziet, verdragen ze lichte schaduw en zeker als U niet uit bent op het grootste exemplaar in Nederland. Er zijn twee groepen in het genus met aanduidingen “Heteroclada” en “Phyllostachys” – enigszins verwarrend maar planten in beide groepen gaan onder de naam Phyllostachys. De enige reden dat ik dit ogenschijnlijke buitenaardse feit bloot leg is dat de phyllostachys soorten in de heteroclada groep passen, dankzij luchtzakken in hun wortelsysteem en natte en drassige condities verdragen. Dit kan bij ons in de lage landen wel heel nuttig zijn.  

Heteroclada groep

 
 Phyllostachys atrovaginata

Phyllostachys atrovaginataofwel “incense bamboe”  in goed Engels geeft aan hoe de jonge scheuten, in de zon, bij het wrijven een geur afgeven die aan sandelhout doet denken. Deze plant kan in theorie tot 9m hoogte groeien en, volgens kenners, zijn jonge scheuten zijn goed te eten. Phyllostachys heteroclada of wel “water bamboe” geeft zijn naam aan de groep en doet het bijzonder goed in drassige gebieden. Verder hebben wij Phyllostachys humilis dat is een kleinere soort die als haag gebruikt kan worden en Phyllostachys parvifolia heb ik pas in 2007 geplant.

Phyllostachys groep

Phyllostachys aurea – de gouden bamboe – kan tot 8m hoog groeien onder ideale omstandigheden en zijn gewone naam heeft betrekking op de gouden kleur van oudere halmen. Phyllostachys aureosulcata is hoger en heeft gele, verticale gleuven tussen de nodes op een overigens groene halm.
 

Deze verkleuring wordt bij Phyllostachys aureosulcata f. spectabilis andersom. Phyllostachys nigra of “zwarte bamboe” is overal te vinden nu maar komt nooit in de buurt van de 17m die men in Azie weleens aantreft.


Wees gewaarschuwd dat volwassen planten de neiging hebben om wat uit elkaar te vallen en moeten steun krijgen waar de natuurlijke groeiwijze een probleem is. Halmen verkleuren pas in hun tweede jaar zwart. Zoekt U een wat meer opstaande plant dan is Phyllostachys nigra “Boryana” misschien een oplossing maar dan verliest U de egale zwarte halmen en krijgt U iets meer van een vlekkerig geheel retour. Onze grootste plant is momenteel Phyllostachys viridiglaucescens; zijn mooie frisgroene stammen schijnen ook best lekker te eten zijn, wilt U jonge scheuten uitdunnen.

 

De overige twee vertegenwoordigers van het genus Phyllostachys bij ons zijn  Phyllostachys vivax f. aureocaulis (gele halm met groene gleuven) en Phyllostachys f. “Huan wenzhu (groene halm met gele gleuven). Phyllostachys vivax kan in theorie tot 20m groeien maar, zoals vaker gezegd, als U tot de helft hier in de Benelux komt wees dan maar zeer tevreden. Wilt U een echte reus gaan bewonderen dan moet U Kwekerij Kimmei in Valkenswaard gaan bezoeken.Terwijl Phyllostachys soorten meestal de grote boomachtige bamboes zijn die U in Europa ziet, er zijn vele andere bamboesoorten en bij ons treft u ook voorbeelden hiervan.

 Phyllostachys aureosulcata sp. spectabilis
     
Phyllostachys nigra Phyllostachys viridiglaucescens

 

Fargesia

Fargesia soorten zijn polvormige planten met een hoogte meestal tussen 2 en 3 m die op het menu van de panda voorkomen. Fargesia (semiarundinaria) nitidia en murieliae soorten zijn momenteel aan het bloeien en gaan daarna dood. Daarom, let goed op wat U koopt van een tuincentrum; een bamboe specialist zal U hiervoor, zonder meer, waarschuwen (zie “Websites”)

 Momenteel (augustus 2007) heb ik Fargesia nitidia en Fargesia murieliae “Mae” aan het bloeien, mocht U geïnteresseerd zijn om te kijken; Fargesia nitidia “Nymphenburg”, een selectie met lange bladeren die ogen naar meer tropische soorten Fargesias, is hier nog niet aan het bloeien maar elders wel. Gelukkig zijn er alternatieven of wel vervangingen voor de bloeiende soorten en de Kimmei website geeft goede achtergrond details – ga naar de website en dan verder door op “publicaties” te klikken. Jos v.d. Palen en Hans Prins hebben veel van de nieuwe soorten in Nederland (en zelfs in Europa) geïntroduceerd. Zoals v.d. Palen recent aangaf, wat nieuwe bamboe ontdekkingen betreft is de huidige situatie wel te vergelijken met die rondom rhododendrons in de 19de  en vroeg 20ste eeuw. Dus, bent U van plan om op vakantie te gaan in het Jiuzhaigou Park…. Hier bij “Op de Haar” hebben wij een selectie van reente Fargesia introducties geplant:

 

  • Fargesia denudata “Xian” – een variant die als eerste door Roy Lancaster in N.W. China in 1986 werd gevonden.
  • Fargesia sp. Jiuzhaigou – Duitse en Zwitserse verzamelaars hebben allerlei verschillende zaailingen in het Jiuzhaigou Park in N. Sichuan gevonden. Wij hebben twee soorten van de Duitser R. Willumeit (nrs “4” en “9”) en één onder de cultivar naam “Genf” van een Zwitserse verzamelaar.
  • Fargesia  robusta “Campbell” – een selectie uit zaailingen van de 1970’s bloei van F. robusta. 
  • Fargesia sp. Scabrida – uit een collectie in 1977 door Ding Xingau in Pingwe (op 2600m)
  • Fargesia murieliae – de soort is naar de dochter van Ernest Wilson, Muriel, genoemd. Onze “Mae” variant is aan het bloeien en wij hebben de zgn. “Vampire” cultivar in 2007 geplant. Dit laatste schijnt een rode verkleuring op de halmen te ontwikkelen. 
  • Fargesia  yulongshanensis – een sierlijke bamboe vanuit Yunnan dennenbossen geïntroduceerd rondom 1996 door Rob Linder. Rode beharing rondom de nodes met een blauwe zweem op de nieuwe halmen

De bovenvermelde planten bij ons zijn allemaal heel jong dus ik verwijs U naar of boeken of de links voor een beschrijving van hun groeiwijze en volwassen kenmerken.Hans Verweij van Kwekerij Grassenerf heeft gebruik gemakt van de simultane bloei van Fargesia soorten om hybriden te kweken. Een aantal van de beste selecties zijn inmiddels (2011) op de markt te koop (en bij ons te zien). Vanuit zijn beschrijving blijkt dat wij kunnen ook verdere nieuwe kruisingen in de toekomst verwachten.

Fargesia nitidia – Rechts in bloei
 
Fargesia sp. Jiuzhaigou “Willumeit Genf” Fargesia sp. Jiuzhaigou “Willumeit no 4″

 

 

Hibanobambusa, Indocalamus, Oligostachyum,Pleiobastus, Pseudosasa, Sasa, Semiarundinaria, Shibatea

Hibanobambusa tranquillans “Shiroshima” gevonden rondom 1900 op Mount Hiba (Japan) als een mogelijke natuurlijke hybride tussen Sasa veitchii en Phyllostachys nigra var. Henonensis. Hoogte rondom 3.5m en leptomorph. Indocalamus tessellatus (soms nog als Sasa tesselata) – klein (1,5m), grootbladig en iets van een woekeraar


Oligostachyum lubricum (tot 6m) – een nieuwe beplanting voor ons en niet zo vaak gezien. Afkomstig van S.E. China en, zeker voor de leek, heeft hij veel weg van een Phyllostachys soort. Pleioblastus zijn kleine soorten die gaan flink uitbreiden en, desgewenst, kunnen ze ook geknipt en zelfs gemaaid worden (in de lente) in het geval van Pleioblastus pygmaeus als een bodem bedekker. Knippen doen wij niet en wij kweken 4 soorten hoofdzakelijk voor de sierwaarden van hun bladeren.  Dat zijn Pleioblastus fortunei (1m), Pleioblastus viridistriatus (soms Pleioblastus auricomu ~ 1,5m), Pleioblastusshibuyanus “Tsuboi” (tot 2m) en Pleioblastus chino f. elegantissimus (~ 1,5m). Verder, zoals reeds eerder aangegeven, hebben wij ook de kleine Pleioblastuspygmaeus var. distichus (ook als Pleioblastusdistichus) die zelfs gemaaid mag worden.

Hibanobambusa tranquillans “Shiroshima” Indocalamus tessellatus Pleioblastus shibuyanus “Tsuboi”

 

 

Ons Tsuboi” heeft gedurende 2010 gebloeid en was daarom in 2011 radicaal teruggesnoeid. Wij hebben de kans gepakt om een nieuwe verbindingsbrug op het einde van het bamboe walletje te plaatsen en daardoor de bereikbaarheid van het walletje aanzienlijk te verbeteren. Dat gezegd er zijn nual tekeningen dat er voldoende kracht overblijft in de leptomorph rhizome om een herstel van de plant mogelijk te maken – wij wachten af Pseudosasa japonica of “pijl bamboe” (4m) met grote bladeren is tamelijk ongevoelig voor wind en mag daardoor als beschermende afscheiding worden gebruikt. Zijn heel rechte en gladde stammen zijn ook heel geschikt om pijlen te fabriceren. Bij ons, een langzaam uitbreidende plant. Sasa soorten, hoofdzakelijk afkomstig uit Japan, zijn woekeraars en kunnen een goede bodembedekker zijn op schaduwplekken – dat zijn ze in de bossen in hun natuurlijk omgeving.

 

Semiarundinaria fastuosa (7m) is een Japanse leptomorph die in de praktijk een heel dichte pol vormt die meer in bedwang blijft dan veeFargesia soorten. Hij heeft visueel veel weg van een Phyllostachys soort. Shibatea chinensis (~ 1m) die, ondanks zijn leptomorph rhizome, ook vrij beperkt op zijn plaats blijft. Hij kan ook goed tegen lichte schaduw en bij ons is al 8 jaar in een droge sloot in de beurt van de vijver en onderneemt nooit ontsnappings pogingen. Hierdoor heeft hij iets van een eigenaardig karakter onder de kleine bamboes, zoals de Sasa soorten, die al te vaak heel erg gaan woekeren.

Pseudosasa japonica

 

Semiarundinaria fastuosa

 

Bij ons ziet U:

  • Sasa veitchii (~ 1m) met grote bladeren waarvan de kanten ‘s winters uitdrogen om een heel sierlijk variatie te vormen.
  • Sasa tsuboiana en S. cernua nebulosa lijken een beetje op elkaar maar zijn wat minder woekerend met hun grote, glanzende bladeren.
  • Sasa tesselata – zie Indocalamustesselatus.
  • Sasa masamuneana “Albostriata” – hier zijn de bladeren veel smaller dan het voorafgaande typen maar heel sierlijk gevarieerd. Een snijbeurt in de lente is aanbevolen maar dat vergeet ik vaak
Sasa veitchii  Sasa cernua nebulosa Sasa tsuboiana

 

 

Samenvatting

Tot slot moet ik bekennen dat wij inderdaad iets van een bamboe verzameling bezitten. Eerlijkheidshalve moet ik ook zeggen dat veel van de echte zon liefhebbers zoals menige Phyllostachys soorten en Phyllostachys aurea in het bijzonder, zich niet tot hun volle glorie kunnen ontwikkelen bij ons. Dat gezegd, U mag zelf beoordelen juist hoe goed het toch gaat in de schaduw van het bos en de tropische sfeer proeven eventueel in de wintermaanden zelfs! Blijft U angstig voor mogelijk woekerende bamboe dan is er een oplossing in de vorm van een robuuste polymeer die bij de meeste bamboe leveranciers in voorraad is. Dit kunt U ingraven rondom Uw bamboe om zijn uitbreidingsdrang te beperken. Dus, wilt U een klein beetje Aziatische oerwoud tussen U en de buren creëren dan is er niets om U tegen te houden!
 

 
 Sasaella glabra albostriata

Terug naar boven