De plantencollecties bij OpdeHaar tuinen – AROIDS / ARACEAE

 

Arisaema sikokianum

Aroid is de gewoon naam voor leden van de Araceae familie, die ook bekend zijn als de Philodendron of Arum familie. De vaak mooie en soms bizarre combinatie van “spathe” en “spadix” bekend als de bloeiwijze en soms als “bloem” genoemd, is een waarneembaar kenmerk van alle aroids.  Een blik op de foto’s hier is voldoende om een verklaring te geven voor een drang om arisaema soorten te gaan verzamelen. Bovendien, U begint ze steeds vaker bij de kwekerijen aan te treffen. Blikvangers zoals Arisama sikokianum zijn toch niet bepaald goedkoop!  

Arisaema sikokianum

Arisaema sikokianum is een bijzondere plant. De Nederlandse naam is “Jan op de preekstoel”  De bloeitijd is april – mei.

Een blik op de weinige foto’s hier is voldoende om een verklaring te geven voor een drang om arisaema soorten te gaan verzamelen. Bovendien, U begint ze steeds vaker bij de kwekerijen aan te treffen. Blikvangers zoals A.sikokianum zijn toch niet bepaald goedkoop! Een goede site erover en een leverancier treft U in Beesd aan: www.perkgroen.nl/aronskelken.html .  Over de laatste jaren bij ons in de tuin heb ik aandacht meer op wat grotere exemplaren gericht – dwz, planten met grote bladderen die, bij voorkeur, in de volle grond kunnen overwinteren. Hier volgen enkele aantekeningen.

 

De afgelopen 2008/9 winter sloot zich af met een hele koude periode en was daardoor de eerste “normale” winter in enkele jaren. In onze tropische perk heb ik twee grote pollen van Sauromatum (Typhonium) nubicum  die onbeschermd in een open plek staan dat overigens wel droog/ goed waterdoorlatend is. Toch kan het daar ‘s nachts behoorlijk afkoelen bij een heldere hemel. Mijn planten kwamen op schema medio maart te voorschijn, zonder zichtbare schade, en hadden hun stinkende bloemkelken al klaar voor de tuinbezoekers vroeg in mei en gingen vervolgens hun ca. 1 m hoge pollen vormen. Verder staan ze in de volle zon en kunnen bijna stofdroog tijdens droge periode komen te staan. Dit zijn natuurlijk omstandigheden die fataal voor vele arisaema soorten zijn die vaak bosbewoners zijn. Zoals gezegd, S.nubicum vormt pollen tot ruim 1 meter hoog zoals een soort hosta op groeihormonen. Bijzonder leuk is dat het makkelijk vanuit zaad is op te kweken mits dat U de zwart gekleurde zaaddoos dat komt vanuit de grond nadat het bladderen zijn teruggestorven niet mist. Ik maak het zaad schoon door de zaadkelk in een zeef onder de kraan te wassen en dan gaan meteen in een bak zaaien. Ontkieming in de lente is zo goed als 100% en makkelijk ( in de kas). Planten vanuit 2008 heb ik inmiddels in verschillende locaties door het bos uitgeplant om te zien hoe ze in verschillende omgevingen gaan ontwikkelen – of juist niet! Mijn oorspronkelijke 2 planten kwamen van De Groene Toko in Beesd die hebben het enkele jaren eerder in een zending ontdekt zoals op hun website beschreven. Het komt vanuit de koele delen van de Himalaya gebergte. Wat de Nederlandse tuinman betreft, een spectaculaire bladplant dat kan tegen zon en droogte en is makkelijk te vermeerderen.

 

Arisaema speciosum “Himalayan Giant” (ook ” Magnificum”) is nog een voorbeeld van een grote aroid afkomstig van de centraal en oostelijke Himalaya gebied dat is heel goed door de winters, ook 2008/9, gekomen. De literatuur geeft aan dat het misschien niet winterhard is. Mijn exemplaren zijn wel in een wat beschutte en licht beschaduwde plek vlak bij het huis aan de zuidelijke kant en krijgen een laag bladderen als winter bescherming. De planten komen vroeg in de lente boven de grond en maken een spectaculaire bloem – in de afbeelding U kunt U zien hoe een soort touwachtige groei aan de kelk geeft de Engelse naam ” Whiplash” aan dit soort arisaema groep. Verder zijn de fraaie patronen aan de bladstengel en de bladvorm duidelijk te herkennen. De zaaddoos komt in de herfst vanuit de stam en ik snij dat af voor de vorst of zeker in november. Ik heb het in de bijkeuken bewaard en het gaat tot een oranjerood kleur verrijpen. Vanaf februari beginnen de omhulsels van het zaad wat zacht aan te voelen en U kunt ze makkelijk in een zeef onder de kraan schoon maken. In de afbeelding ziet U zaad dat begin april was “gewassen” en het was al aan het ontkiemen! Net zoals de zojuist besproken S.nubicum is het heel makkelijk op te kweken. Mijn eerste exemplaar kwam van Rene Zijerveld in Hillegom samen met Sauromatum venosum in 2005.

 

Sauromatum venosum ofwel Sauromatum guttatum is iets kleiner dan Arisaema speciosum en komt voor in de tropische of subtropische delen van zuid Azië, Afrika en Arabia. Ik heb 5 knollen in de buurt van A.speciosum uitgezet in de volle overtuiging dat ik zou ze heel waarschijnlijk kwijt raken. De plaatselijke mollen doen ook hun best om ze te vernietigen – een ren gaat dwars door het gebied waar hun wortelgestellen zullen zijn. Af en toe raak ik een stengel kwijt ook! Ondanks onheilspellende literatuur en de mollen zitten mijn Sauromatum venosums daar nog en ze maken zaad op een wijze zoals S.nubicum – in hun geval komen rode zaaddozen vanuit de grond. Dit is ook makkelijk door te kweken. Winter hard of niet, een mogelijk nadeel van S.venosum is dat het heel laat verschijnt – tot half juni is normaal bij mij. Eerlijk gezegd, heeft het ook geen grote indruk op me gemaakt behalve dat mijn exemplaren blijken redelijk goed winterhard te zijn in enige tegenspraak met wat ik in de literatuur heb gelezen.

 

Sauromatum nubicum

Over de laatste jaren bij ons in de tuin heb ik aandacht meer op wat grotere exemplaren gericht – dwz, planten met grote bladderen die, bij voorkeur, in de volle grond kunnen overwinteren. Hier volgen enkele aantekeningen.

 

aroid - Typhonium-sauromutum-nubicum.JPG
 

Sauromatum nubicum

 

De afgelopen 2008/9 winter sloot zich af met een hele koude periode en was daardoor de eerste “normale” winter in enkele jaren. In onze tropische perk heb ik twee grote pollen van Sauromatum (Typhonium) nubicum  die onbeschermd in een open plek staan dat overigens wel droog/ goed waterdoorlatend is. Toch kan het daar ‘s nachts behoorlijk afkoelen bij een heldere hemel. Mijn planten kwamen op schema medio maart te voorschijn, zonder zichtbare schade, en hadden hun stinkende bloemkelken al klaar voor de tuinbezoekers vroeg in mei en gingen vervolgens hun ca. 1 m hoge pollen vormen. Verder staan ze in de volle zon en kunnen bijna stofdroog tijdens droge periode komen te staan. Dit zijn natuurlijk omstandigheden die fataal voor vele arisaema soorten zijn die vaak bosbewoners zijn. Zoals gezegd, Sauromatum nubicum vormt pollen tot ruim 1 meter hoog zoals een soort hosta op groeihormonen. Bijzonder leuk is dat het makkelijk vanuit zaad is op te kweken mits dat U de zwart gekleurde zaaddoos dat komt vanuit de grond nadat het bladderen zijn teruggestorven niet mist. Ik maak het zaad schoon door de zaadkelk in een zeef onder de kraan te wassen en dan gaan meteen in een bak zaaien. Ontkieming in de lente is zo goed als 100% en makkelijk ( in de kas). Planten vanuit 2008 heb ik inmiddels in verschillende locaties door het bos uitgeplant om te zien hoe ze in verschillende omgevingen gaan ontwikkelen – of juist niet! Mijn oorspronkelijke 2 planten kwamen van De Groene Toko in Beesd die hebben het enkele jaren eerder in een zending ontdekt zoals op hun website beschreven. Het komt vanuit de koele delen van de Himalaya gebergte. Wat de Nederlandse tuinman betreft, een spectaculaire bladplant dat kan tegen zon en droogte en is makkelijk te vermeerderen.

Arisaema speciosum “Himalayan Giant” (Magnificum) en Sauromatum venosum

Arisaema speciosum “Himalayan Giant” (ook ” Magnificum”) is nog een voorbeeld van een grote aroid afkomstig van de centraal en oostelijke Himalaya gebied dat is heel goed door de winters, ook 2008/9, gekomen. De literatuur geeft aan dat het misschien niet winterhard is. Mijn exemplaren zijn wel in een wat beschutte en licht beschaduwde plek vlak bij het huis aan de zuidelijke kant en krijgen een laag bladderen als winter bescherming.

De planten komen vroeg in de lente boven de grond en maken een spectaculaire bloem – in de afbeelding U kunt U zien hoe een soort touwachtige groei aan de kelk geeft de Engelse naam ” Whiplash” aan dit soort arisaema groep. Verder zijn de fraaie patronen aan de bladstengel en de bladvorm duidelijk te herkennen. De zaaddoos komt in de herfst vanuit de stam en ik snij dat af voor de vorst of zeker in november. Ik heb het in de bijkeuken bewaard en het gaat tot een oranjerood kleur verrijpen. Vanaf februari beginnen de omhulsels van het zaad wat zacht aan te voelen en U kunt ze makkelijk in een zeef onder de kraan schoon maken. In de afbeelding ziet U zaad dat begin april was “gewassen” en het was al aan het ontkiemen! Net zoals de zojuist besproken Sauromaticum nubicum is het heel makkelijk op te kweken. Mijn eerste exemplaar kwam van Rene Zijerveld in Hillegom samen met Sauromatum venosum ofwel Sauromatum guttatum is iets kleiner dan Arisaema speciosum en komt voor in de tropische of subtropische delen van zuid Azië, Afrika en Arabia. Ik heb 5 knollen in de buurt van Arisaema speciosum uitgezet in de volle overtuiging dat ik zou ze heel waarschijnlijk kwijt raken. De plaatselijke mollen doen ook hun best om ze te vernietigen – een ren gaat dwars door het gebied waar hun wortelgestellen zullen zijn. Af en toe raak ik een stengel kwijt ook! Ondanks onheilspellende literatuur en de mollen zitten mijn Sauromatum venosumis daar nog en ze maken zaad op een wijze zoals Sauromatum nubicum – in hun geval komen rode zaaddozen vanuit de grond. Dit is ook makkelijk door te kweken. Winter hard of niet, een mogelijk nadeel van Sauromatum venosumis dat het heel laat verschijnt – tot half juni is normaal bij mij. Eerlijk gezegd, heeft het ook geen grote indruk op me gemaakt behalve dat mijn exemplaren blijken redelijk goed winterhard te zijn in enige tegenspraak met wat ik in de literatuur heb gelezen.

Andere interessante arisaema

Andere interessante aroids zijn: Arisaema candidissimum,  Arisaema costatum, Arisaema erubescens, Arisaema fargesii, Arisaema galeatum, Ariseama griffithi, Ariaema nepenthoides, Arisaema ringens, Ariasaema sikokianum, Arisaema speciosum Mirabele en Arisaema thunbergii.

Arisarum proboscideum (mouse plant)

 
 aroid - Arisarum proboscideum
 Arisarum proboscideum

Dit klein buitenbeentje komt in de natuur in Italië en Spanje voor. Op het eerste gezicht ziet men alleen een laag van arum-achtige bladen die zich in de loop der jaren langzaam uitspreiden over de grond tijdens de lente en verdwijnen in de zomer. Pas wanneer U een blad omhoog tilt en de bloem ziet wordt de reden voor de plantennaam duidelijk.

Colocasia esculenta Pink China

 
 
 

Terwijl Colocasia esculenta ofwel “taro” is al millennia lang een belangrijk voedsel in warmere gebieden van de wereld geweest, de sierlijke bladderen hebben ook een decoratieve waarde voor de tuin en over de jaren zijn er hybriden met een reeks bladkleuren en patronen verschenen. De aanduiding “Olifantenoor” omschrijft het blad heel goed. Achtergrond informatie over colocasia als tuinplant is op de website van Familie Elzinga te vinden – http://www.puravida-garden.nl/colocasia.html .    Voor een meer uitgebreide uiteenzetting beveel ik toch een Amerikaanse site van de beroemde Plant Delights Kwekerij aan:http://www.plantdelights.com/Article/Colocasia-Elephant-Ears. In 1991 is er in de bergen van Yunnan, China, een C.esculenta variant gevonden in een gebied dat opmerkelijk koeler is dan normaal voor deze colocasia soort. Deze plant was geïntroduceerd in de VS door Brian Williams onder de naam Colocasia esculenta ” Pink China” (http://www.briansbotanicals.net/News-Events/Keep-em-Coming-Colocasia-Hybrids). “Pink China” is nu in Nederland te verkrijgen en ik heb het in 2012 bij Hans Prins (Kwekerij De Groene Prins) gevonden. Hans had een plant in zijn tuin vergeten en het is toch door de uiterst koude week van -18 graden begin 2013 goed gekomen om een idee van zijn winterhardheid te geven. Terwijl de literatuur blijft nog wat voorzichtig over dit onderwerp, als u planten zoals Musa basjoo en Melianthus major door een winter buiten kunt loodsen dan lijkt het dat ” Pink China” verdient een plek in uw tuin. Voor absolute zekerheid is het raadzaam om de wortel ‘s winters met droge blad/mulch laag wat extra te beschermen.   “Pink China” heeft behoefte aan een blijvend vochtige bodem en goed voeding en doet het ook goed in lichte schaduw zoals de foto aangeeft (augustus 2014). Boven grond sterft het ‘s winters af maar vormt gauw een bos bladderen van ca. 120cm hoog vroeg in de zomer. De roze stelen zijn een duidelijk eigenschap maar ik heb de indruk dat deze kleur neemt wat af naarmate schaduw toeneemt. De plant gaat zich door middel van bovengrondse roze uitlopers verspreiden; daarom is het makkelijk om enige verspreidingsdrang te beperken door deze uitlopers af te knippen. Anders, een beetje zoals met de uitlopers van aardbeien, kunt u “Pink China” betrekkelijk makkelijk vermeerderen. Als de plant te droog staat dan de randen van de bladderen worden gauw bruin. Inflorescences (“bloemen”) zijn licht geel, niet opvallend en zijn vaak door de bladderen uit het zicht getrokken. Het grootst geheim blijft het goed voeden van de plant en wij zijn bezig om de tolerantie voor schaduw verder te testen en, wie weet, misschien kunnen wij tzt “Pink China” als een aanvulling voor andere groot bladige planten zoals Hosta “Empress Wu” gaan beschouwen.       Colocasia zijn vaak als moerasplanten in de vijver afdeling van tuincentra te vinden en “Pink China” kan ook groeien met zijn wortels in water. ‘s Winters moet u voor de zekerheid de plant uitgraven en vorstvrij bewaren. (Trouwens, dat kunt u ook met planten in de volle grond doen – rondom eind november, snij de bladderen eraf, graaf de wortel op en bewaar het in een pot koel en net niet droog tot medio maart of na het gevaar van aanhoudende vorst. Als u toch bent bereid om deze moeite te nemen dan kunt u ook andere Colocasia soorten gaan uitplanten).  Of “Pink China” wat dieper onder water kan overwinteren in de wat mildere kust gebieden – net zoals Zantedeshia aethiopica – is misschien voor geïnteresseerde mensen de proef waard.    Tot slot en volledigheidshalve, er is nog een Colocasia soort dat men zegt is ook redelijk winterhard – Colocasia gaoligongensis vanuit China. Aroid specialist Ben Candlin in Engeland ( mailorder) heeft de plant in zijn sortiment en schrijft hierover op zijn website – www.bencandlin.co.uk . Zelf ken ik het niet maar opvallend is dat het heeft een uitbreidingsdrang door middel van ondergrondse lopers – u bent dus gewaarschuwd!

 

Lysichiton

 

 Lysichiton americanus

Lysichiton americanus groeit in natte gebieden langs de westkust van de VS tot in Alaska – "Moeraskool" bij ons in de volksmond maar "Skunk cabbage" in Amerika omschrijft beter de door indolen gedrenkte geur dat wordt in de lente geproduceerd om bevruchtende insecten aan te lokken. Het wordt door grote gele schutbladeren in de vroege lente versierd gevolgd door 1m lange, donker groene bladderen dat zijn aan de achterkant voorzien met wat donkere vertekeningen. Bladderen sterven in de herfst af. Planten hebben een vochtige plek nodig en liefst niet al te veel schaduw. Ze zijn in tuincentra goed beschikbaar. Het was eerst in Engeland rondom 1901 geintroduceerd en sindsdien door Europa waar het kan d.m.v. zaad weleens te veel gaan uitspreiden https://www.nobanis.org/globalassets/speciesinfo/l/lysichiton-americanus/lysichiton-americanus.pdf .

Lysichiton camtschatcensis

De Aziatische specie, Lysichiton camtschatcensis, is een wat minder forse plant met witte schutbladeren en bladderen dat zijn egaal groen; de plant is vrijwel geurloos ! Het komt voor langs de kust tot in de noordelijk Japanse eilanden, afgezonderd van zijn Amerikaanse soortgenoot door de Bering Strait. U kunt speculeren dat beide Lysichiton soorten afkomstig van hetzelfde voorouder zijn want ze vormen hybriden met elkaar. Trouwens, L. camtschatcensis is ook makkelijk verkrijgbaar. Wat de hybriden betreft zijn ze in de regel moeilijk van de soorten te onderscheiden. Maar, dat gezegd, het blijkt dat door zorgvuldige selectie, zgn. Lysichiton x hortensis soorten zijn geproduceerd dat zijn en decoratief en steriel – geen ongewenste verspreiding door zaad dus. Op Internet is er bijvoorbeeld vermelding door de bekende Beth Chatto kwekerij in Engeland maar ik heb nog niets vanuit ons omgeving gehoord. De Beth Chatto Lysichiton x hortensis heeft een grote witte schutblad en is steriel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Internet sites over Aroids

De volgende links zijn een goed begin voor de enthousiasteling.

Voor degenen die echt een diepe studie willen maken is er Guy en Liliane Gusman’s boek “The Genus Arisaema” van Timber Press, ISBN 3-904144-91-X. Eveneens van timber Press is Deni Bown’s “Aroids – plants of the arum family,” ISBN 0-88192-485-7, dat geeft een heel leerzaam en leesbaar overzicht van het onderwerp. Wilt U zelf een wat meer gevarieerde verzameling beginnen van “knollen”, veel verschillende arisaema soorten zijn wel te verkrijgen via René Zijerveld van de firma Dix en Zijerveld in Hillegom (geen website). Dit is eigenlijk een groothandel maar René is wel op verschillende evenementen te vinden.

 

Terug naar boven