Het Bosgebied (Rabattenbos) – éen van de zeven tuinen van OpdeHaar

 

Op deze pagina vindt u informatie over:

Indeling

van het bos

Paden en

sloten

Water

niveau

Boom en

bosbeheer

Langste beuken zichtslaan 

Problemen en

oplossingen

Bladeren

Hoe maken

wij bladmolm

Wind

bescherming

Schaduw

planten

Aarde

en planten

Onkruid
 
Bosgebied (Rabattenbos)
Engelse borders
Millennium tuin
Rozentuin
Tropische border
Vijver en Rotstuin
Vuur en Ijs tuin

 

 

 

Het bosgebied ten zuiden van het huis bestaat uit 18 strookjes land met oude sloten ertussen. Hun geschiedenis is elders beschreven. Verzamelingen planten (b.v. acer, camellia, varens en bamboe zijn wel op sommige stroken te vinden, maar de beplanting, in het algemeen, wordt door de intensiteit van de schaduw bepaald.
 

Kort samengevat, wij hebben veel verschillende soorten planten maar U treft ze niet gerangschikt op de manier van een klassieke botanische tuin. U kunt gewoon rondwandelen en genieten van de planten en zelfs het spelletje van “dat doe ik beter in mijn tuin” spelen. Niets mis mee en geniet van de natuur. Maar, ik weet dat de echte planten liefhebber het toch leuk vindt om een beetje achter de schermen te gaan kijken met inzicht in de hoe en waarom over bepaalde onderwerpen, zoals bosbeheer enz. Mogen wij U daarom uitnodigen om het volgende verhaal te gaan lezen maar eerst, kunt U een oud Amerikaanse lied gaan lezen over bomen kappen of juist niet….. http://www.contemplator.com/america/woodman.html

 

Indeling van het bos

Het was hartje winter 1991/1992 toen wij voor het eerst ons bos ging echt verkennen onder een wirwar van bramen, dode takken en algemene chaos! Ik heb het bestaan van de sloten heel gauw ontdekt toen ik ineens een meter omlaag zakte tot mijn knieën in de modder. Eigenlijk had ik geluk dat ik bij een gedeelte was dat tegenwoordig net droog blijft en toen pas ‘s winters een beetje drassig bleef. Gaat U Tuinplan bekijken dan ziet u “rabatten bos” en dat bestrijkt ons bosgebied.

Het bos in 1991

Paden en Sloten

… en in 2014

 

 

De meeste boeken die gaan over tuinaanleg, zeker in het geval van grotere tuinen, praten vaak over het creëren van “tuin kamers” of wel kleine tuinen binnen de grote tuin. In ons geval, het rabatten bos levert deze kamers kant en klaar op en onze taak was om ze voldoende toegankelijk te maken. Een snelle blik op het tuinplan en de blauwe lijnen (dwz “sloten”) laat U makkelijk realiseren juist hoe belangrijk bruggen zijn in deze tuin. Even belangrijk zijn de paden. De verleiding is altijd om een pad wat te smal te creëren en uiteindelijk moet U beoordelen of wij de verleiding goed hebben weerstaan. In het algemeen, de veenachtige bodem vormt een comfortabel loop oppervlak voor de paden maar ze kunnen soms wat drassig worden, zeker ‘s winters. Een goede oplossing komt in de vorm van houtsnippers die gaan weliswaar over de jaren verteren en vervangen moeten worden maar passen toch heel goed in een natuurlijk omgeving.

 

Op veel plaatsen moet men een scheiding tussen de beplanting en het loopvlak maken en hiervoor gebruiken wij de grotere takken en boomstammen. In feite is dit een nette manier van de huidige bosbouw praktijken waar hout ook blijft liggen om te verteren en tegelijkertijd een tehuis aan insecten en voeding voor vogels enz. biedt. Het vogelbestand is bij ons significant toegenomen nadat wij het bos zijn gaan beheren. Onze buren van de Geldersch Landschap hebben recent letterlijk teintallen kubieke meters houtsnippers aan ons gegeven en de paden zijn nu in het voorjaar 2006 grotendeels in prima staat. De fotos geven een indruk van waar ik erover schrijf.
 

Houtsnippers voor de paden
Houtshippers op de paden

Waterniveau

Onze grootse uitdaging komt in de vorm van een sterk wisselend grondwater peil. De sloten staan vol water vanaf november t/m mei maar vallen droog in de zomer. Praktisch gezien vanuit het oogpunt van de beplanting is er ongeveer een halve meter verschil in water niveau en er bestaan weinig boeken die dat onderwerp behandelen. Wij blijven daarom experimenteren.

Sloten in de lenteDroog sloten in zomerSloten in najaarBevroren sloten in winter

 

Bij strengere winters is er hoop dat het water een bescherming vormt tegen de kou. Bewezen succes komt met Lysichiton americanum (gele kelk) en L. camchatsensis, die bloeien heel spectaculair elk jaar.

 

 

Veel hosta soorten tolereren een tijdelijk onderdompeling ‘s winters mits dit niet de hele winter duurt en dus kunnen wij de zijkanten van de sloten hiermee beplanten. Een meer klassiek gebruik in sloten die ‘s winters net droog blijven is de Primula japonica (candelabra). Ruim 10 jaren geleden zijn wij met de stengel primula “Miller’s Crimson begonnen en elk jaar komen er meer zaailingen bij. Over het laatste paar jaren hebben wij variëteit ingebracht met “Harlow Carr” hybrids die komen uit zaad via de Britse Royal Horticulrual Society.

 
Lysichiton americanum (gele kelk) en L. camchatsensis (witte kalk),Primula japonica Miller’s Crimson

 

De weerspiegelingen in het water ‘s winters zijn hele mooi en dat ziet U in de foto’s hier beneden.
 

sloten in winter
Sloten in winter
 

 

Dan in de lente, verschijnt Moeder Eend met haar kroost van vaak 9 à 11 kleintjes die de sloten versieren. Zij en haar man zijn vaste gasten nu voor enkele jaren geweest.

Moeder Eend met haar kroost

Boom en bosbeheer

Vrijwel vanzelfsprekend definiëren de bomen het karakter van een bos. Bij het creëren van een bostuin gaat evenveel aandacht naar de onderplanting en de invloed van de bomen daarop. Een uitdaging is om de natuurlijke interesse van de lente uit te breiden tot de overige maanden van de jaar. Het bos hier was van oorsprong hoofdzakelijk een eiken en beuken bos. U treft groot en oude exemplaren van beide soorten bomen aan en veel zijn ook langs oprijlanen en paden bewust geplant. Sommige eiken zijn meer dan 200 jaren oud. Toen ons rabatten bos wat opgeruimd was, werd het duidelijk dat wij ook met een kapbos te maken hadden.
 

Eiken in Millennium tuin
250 jaar oud eik


Vanuit gesprekken met inwoners van Hoevelaken bleek dat tot de jaren “60 inderdaad regelmatig brandhout voor ovens en kachels werd geleverd. Veel eiken waren daardoor met meerdere stammen groot geworden over de afgelopen decennia. Een eik is een traag groeiende zonliefhebber met een diepe wortel systeem die goed aan regelmatig kappen went. Maar, ergens heb ik gelezen dat wanneer men met dit snoeiwerk ophoudt, de reactie van de boom niet altijd gunstig is. Tegen deze achtergrond, komt het als geen verassing wanneer ik vertel dat veel eiken dood waren of grotendeels dood aan het gaan waren onder de verstikkende takken, wildgroei enz. U treft nu nog steeds de stille getuigen van de sterfte in de vorm van knoestige stompen door de bos.

 

 

 

 

Verder was er een ware wildgroei van berken van allerlei leeftijden. Tegenwoordig bepalen ze het karakter van de zuidelijk kant van het bos met hun mooi, zilverwitte, kaarsrechte stammen. Het schaduwpatroon van een berk is vrij licht maar toch blijft het een moeilijke boom voor de onderbeplanting dankzij zijn uitgebreid en oppervlakkig wortelstelsel. Dit laatste dringt heel snel in de rondliggende grond door en zuigt alle vocht op; dat kan funest zijn tijdens droge perioden voor de onderplanting. Dat gezegd, ons bos zonder deze witte stammen en weerspiegelingen in de donker wintersloten zou een stuk saaier zijn. De moeilijkheidsgraad van beplanting neemt zienderogen toe wanneer beuken aan de orde komen. Een beuk ontwikkelt een heel dicht bladerdak dat al het water opvangt en is vrij lichtvast dus geeft donker, droge schaduw naast een uitgebreid en oppervlakkig wortel systeem.

 

 

Een beuk kan veel schaduw tolereren maar de stam en dikke takken die door snoeien of kappen ineens aan zon blootgesteld zijn, kunnen zelfs zware zonnebrand oplopen zoals in de foto hiernaast (niet in ons bos!) en dit kan wel de dood tot gevolg hebben. Met andere woorden, je mag niet zomaar gaan snoeien of kappen waar het om grote beuken gaat. Verder geldt de algemene regel voor beuken (en berken en eiken) dat hoe sneller de groei, hoe korter de levensduur. In het geval van een beuk, 100 jaar is een heel respectabele levensduur; voor een beuk is dat 40 jaar, terwijl een eik pas op adem begint te komen na 50 jaren!Beheer bij ons betekent het conserveren van het karakter van het bos. Het moet een bos blijven met een onderplanting en niet een transformatie ondergaan in een tuin met enkele bomen erin. De bomen komen op de eerste plaats maar wij zijn bewust bezig met het introduceren van veel meer verschillende soorten dan voorheen. Magnolia doen het bijzonder goed, hebben wij gemerkt, en acers (esdoorns) houden heel veel van de lichte schaduw. Opvallend is dat bomen zichtbaar sneller en gezonder groeien nu dat het bos beheerd wordt. Beheer houdt nu in dat dode takken regelmatig verwijderd worden en af en toe, bomen die echt storend door elkaar beginnen te groeien worden uitverdund. Zoals Hoey-Smith van Arboretum Trompenburg merkt, “De bijl is mijn penceel!”
 

Acer palmatum
langs de
Acer palmatum “Trompenburg” langs de “acer walletje”

 

Naarmate de bomen groeien, wordt het “bladerendak” hoger en het schaduwpatroon op de onderplanting verandert. De lagere takken van eiken en andere bomen die behoefte aan meer zon hebben, sterven af. Dit afsterven vindt ook plaats in grotere bomen en vormt een karwei voor boomchirurgen, die regelmatig nodig zijn. In een open tuin of bos, moet je altijd het risico van neerdonderende takken tot een minimum beperken om niets te zeggen over het in vorm houden van bomen. Er is een begrijpelijk gevoel dat takken alleen vallen tijdens perioden van storm, hoge winden of zoiets. Vaak is dat zo, maar zelfs op de meest rustige zomerdag kan een zware tak plotseling loslaten zonder enige waarschuwing. Met dit fenomeen in mijn achterhoofd en eerstehands kennis van het geld dat nodig is voor goede beheer, heb ik respect voor instanties die verantwoordelijk zijn voor grote bossen die vrij toegangelijk voor het publiek zijn. Gelukkig gebeuren deze spontane valpartijen niet vaak.

 

De langste beuken “zichtslanen” in Nederland

Buiten ons bos ligt één van de langste beuken “zichtslanen” in Nederland met een dubbele rij beuken aan elke kant. Op een zonnig weekend zijn er veel wandelaars. De bomen beginnen nu oud te worden en krijgen tamelijk regelmatig onderhoudsbeurten om het dode hout te verwijderen. Op de foto ziet U een deel van de laan zoals die in oktober 1997 eruit zag – deze bomen zijn sindsdien vervangen. Kijkt U omhoog in delen van de laan waar “oorspronkelijke” bomen zich nog bevinden, dan merkt U dat takken steeds vaker afsterven. Binnen de komende 10 à 20 jaren moeten zij ook vervangen worden. Maar nu, voor de nietsvermoedende voorbijganger zien ze er prachtig uit en foto’s van de gouden glorie van de herfst verschijnen vaak in de plaatselijke kranten. Dat gezegd, zelfs een niet-expert ziet bij wat voorzichtiger benadering dat sommige bomen echt aan het wegkwijnen zijn.

 

Problemen en oplossingen

Zodra men de ziekelijke bomen begint te verwijderen, krijgt de zon ineens toegang tot andere takken en zonnebrand neemt zijn tol enz. enz. Dus beter om door te bijten en over te gaan tot vernieuwing van hele beplantingen met de onvermijdelijke kritiek die dat met zich meebrengt. Beuken van 20 jaar beginnen hun vroegere glorie te herwinnen en over 40 jaren merkt U er niets meer van. Nu gaan even erover nadenken: stel dat U eiken had gekozen of zelfs lindebomen dan had het waarschijnlijk veel langer geduurd tot de zichtlaan tot zijn glorie was gekomen maar dan was de levensduur veel langer. Samenvattend, bos beheer houdt veel meer in dan het bijsnoeien van laag hangende takken en hopelijk geeft mijn verhaaltje iets van een wat dieper inzicht in de materie.Ik heb nu al veel geschreven en moet me enigszins bedwingen – dit is een website, niet een boek. Toch één laatste onderwerp – “hoe dicht op elkaar mogen de bomen staan?” Veel niet alle daagse bomen en struiken beginnen hun leven bij ons als iets dat, qua omvang, meer lijkt op een stuk voor de vensterbank dan een woudreus. Hoe ga je om met de kennis dat alles moet mooi blijven voor de bezoeker en voor jezelf? Er is geen makkelijke oplossing en wij hebben drie verschillende aanpakken of een combinatie daarvan:

  • De struik opkweken in onze kwekerij
  • Kies planten die kunnen verplaatst of opgeofferd worden wanneer een andere boom of struik ze gaat verdringen
  • Plant meerdere exemplaren bewust dicht op elkaar.

 

Bij een rondwandeling in ons bos treft U voorbeelden van de beide laatste categorieën aan. Op de foto links ziet U enkele beuken die als zaailingen misschien samen zijn opgegroeid. De bomen wennen aan elkaar net zoals in een laan beplanting. Op de foto rechts ziet U een eik die al lang dood is maar een berk heeft kans gezien om er in te wortelen – dit laatste raden wij niet aan als een beplanting techniek.

 

 

beuken die als zaailingen misschien samen zijn opgegroeid
een eik die al lang dood is maar een berk heeft kans gezien om er in te wortelen


Het planten van bomen dicht op elkaar is niet iets dat kan altijd met succes worden gedaan en zeker voor bomen die van de zon houden. Denk aan alle naaldbossen met een woud van afgestorven lagere takken.

 

 

Metasequoia glyptostroboides
Metasequoia glyptostroboides

 

 

Bij ons ziet U ook iets hiervan bij een groep Metasequoia glyptostroboides die door een vorige inwoner waren geplant als herinnering aan een overleden vader. Nu hebben ze een flinke afmeting bereikt en eigenlijk moeten zij uitverdund worden omdat de lagere takken te beschaduwd zijn en afsterven.

 

Gezien hun oorsprong ben ik er nog niet aan toe gekomen en het zicht op de winter foto blijft mooi.Hier heeft U iets van onze beheerfilosofie kunnen beproeven.

 

Voor meer informatie over bomen in onze tuin klik here

 

Voor information over bosplanten in onze tuin klik here

 

Bladeren

 

In de praktijk ruimen wij veel bladeren op

In een bostuin moet je een strategie voor het omgaan met bladeren hebben. Lagen bladeren over paden, het gazon en de rotstuin moeten verwijderd worden. Bladeren zijn ook niets voor een vijver, om niets te zeggen over eikels – een grote eik kan er tot 50,000 laten vallen. Bladeren zijn geweldig mits ze op de juiste plekken zijn. Klein hoeveelheden blad kunnen best in de compost hoop om de verluchting van iets als gras van het gazon te verbeteren. Grotere hoeveelheden verteren langzaam tot een mooi “mulch”. In sommige delen van de bos mogen ze natuurlijk gewoon blijven liggen met eventueel wat kalk erbij om afbraak te bespoedigen en een te hoge zuurgraad te voorkomen. In de praktijk ruimen wij veel bladeren op en stapelen ze langs de afscheiding op de zuidkant van het bos. Zodoende hebben wij een wat natuurlijke afscheiding gemaakt die schapen en paarden en ook reëen tegen houdt. Nu hebben wij geen last van reëen die kennelijk het makkelijker vinden om verder te lopen dan een reuzesprong te maken.

Hoe maken wij bladmolm
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11 Hacquetia epipactis, 63 (3)
12
13
14
01             02             03             04             05            06            07            08            09            10            11 Hacquetia epipactis, 63 (3)             12            13            14
Vooral in het bos verdwijnt alles onder een laag bladeren in de winter. Vaak zie je de paden niet meer.

 

Blad molm is geheel anders dan compost. Zodra groene plant resten zijn opgestapeld, bacteria beginnen ze af te breken. De gevallen, bruine bladeren zijn hun stikstof grotendeels kwijt en enzymes van schimmels zijn nodig om de cellulose en lignin af te breken. Het verteren van bladeren is een stuk makkelijker dan composteren want een bladstapel hoef je niet aan te raken tot je de molm nodig hebt. Bij composteren moet u zorgen dat de bacteria toegang tot zuurstof hebben en daarom moet u het compost stapel af en toe “draaien”. Als u dit niet doet kunt u zgn anaerobische vertering krijgen – denk aan dat glibberige rotzooi dat u krijgt wanneer u een stapel gras maaisel laat staan. Met bladeren en schimmels is de enige eis dat ze vochtig blijven en de regen is meestal voldoende wat dat betreft. Bij ons zijn de stapels blad wel heel groot en na een droge zomer kan het weleens voorkomen dat beneden in de stapel is de vertering wat achter gebleven. Dan hevel ik de restanten op een andere blad stapel. Blad molm vormt een geweldig humus laag maar heeft weinig voedingswaarde voor de planten. In het vroege voorjaar, waar nodig, verspreid ik eerst mijn mest en dan dek het af met een laag blad molm. U hoeft niet te schoffelen

 

In sommige delen van de bos mogen bladereb natuurlijk gewoon blijven liggen met eventueel wat kalk erbij om afbraak te bespoedigen en een te hoge zuurgraad te voorkomen. In de praktijk ruimen wij veel bladeren op en stapelen ze langs de afscheiding op de zuidkant van het bos. Zodoende hebben wij een wat natuurlijke afscheiding gemaakt die schapen en paarden en ook reëen tegen houdt. Nu hebben wij geen last van reëen die kennelijk het makkelijker vinden om verder te lopen dan een reuzesprong te maken.

de afscheiding op de zuidkant van het bos
de afscheiding op de zuidkant van het bos

Wind bescherming

Leest U meer over beroemde tuinen dan valt het op dat vaak een haag of beplanting om de kracht van de heersende wind te breken een vereiste stap was om de algemene beplanting toe te laten. Als Brit, komen voorbeelden zoals Hidcote, Tresco and Inverewe in mijn hoofd. Bij ons, midden in een bos, zou je denken dat zoiets eerder een academisch constatering was en niet veel meer. Toch hebben wij gemerkt dat sinds de constructie van de “bladwal” langs de zuidelijk grens, de plantengroei daar veel rijker is geworden. Kennelijk is zelfs een milde wind uit het zuiden voldoende om planten sneller te doen verdorren tijdens droge perioden. Toekomstige bezoekers zullen merken dat ik steeds meer heesters langs de grens hier zal gaan proberen.

Schaduw planten

Uit nieuwsgierigheid heb ik zojuist “shade plant” in Google opgezocht en kreeg 737 hits. Een snelle blik was voldoende te zien dat plantenlijsten en suggesties volop beschikbaar zijn. U krijgt geen herhaling hier, dus. Laat ik wel vertellen dat mijn persoonlijke favoriete bronnen  de on-line plantenlijsten van Crûg Farm (www.crug-farm.co.uk) zijn en Daniel J. Hinkley’s “The Explorer’s Garden” uit 1999 (ISBN 0881924261). Verder, put ik veel uit Hans Kramer’s Hessenhof site (zie websites). In de loop van februari 2006 bracht de Hessenhof een jubileum catalogus op de markt (€3.50 kost het – dus niets). Steeds vaker hoor ik een opmerking van bezoekers in onze tuin dat mijn planten zeker uit Engeland of wel van buiten de Nederlandse grenzen zouden komen. De reden hiervoor is dat de bezoeker de planten nergens anders heeft gezien, of dat beweren ze althans. Enigszins kan dat kloppen omdat men kleine, jonge planten in een tuincentrum aantreft. Verder, een groot tuincentrum – lid van een keten – heeft meestal alleen maar planten in voorraad die commercieel gangbaar zijn. Niet specialiteiten die alleen een gek zoals ik zou aanschaffen! Je moet de kwekers uitzoeken, hun lijsten nagaan enz. Het internet is een grote hulp hier en dan moet U zoeken onder de specialiteiten van kwekers (zie “links”) Ik kan Marni’s Kwekerij in Limburg (http://www.marnis.nl/) aanbevelen voor bos/schaduw planten naast hun vele andere planten.

Hoe groter het blad des te meer schaduw de plant kan verdragen

Een vuistregel voor schaduwplanten is dat hoe groter het blad des te meer is de schaduw die de plant kan verdragen. Bovendien, een grotere bladoppervlakte is ook een teken dat de waterbehoefte hoger is. Dit zijn inderdaad alleen maar grove regels maar ze vormen wel een basis voor experimenteren in het plaatsen van planten, in bijzonder wanneer U denkt echt af te wijken van de omgeving waarin de soort normaal groeit. In het geval van variegatie of een “lichte” bladkleur let dan goed op hoe U de plant plaatst. Een licht blad kan soms verbranden in te veel zon, terwijl variegatie en soms lichte bladkleuren kunnen verdwijnen als zij te weinig zon krijgen omdat het blad veel meer chlorofyl aanmaakt om de fotosynthese overeind te houden.
 

Trachystemon orientalis
Trachystemon orientalis

Het boerenverstand in de vorige paragraaf mag men ook omkeren in zo ver dat klassieke schaduw planten, zoals rodgersia of ligularia, wel tamelijk veel zon kunnen verdragen mits ze voldoende water hebben. Ook kunnen veel gember soorten redelijk zonnige plekken hebben wanneer vocht aanwezig is. Rhododendrons zijn ook planten voor een beschaduwde plek maar, let goed op, veel kleinbladige soorten komen voor op (rotsachtige) heuvelhellingen en zijn meer thuis in een rotstuin omgeving dan in een bos.

Voor meer informatie / foto’s van bos planten en schaduw planten klik hier

 

Aarde en planten

Ons bos heeft een zure bodem met een consistentie van rijke chocolat – veel Engelsen met hun steenachtige grond zouden hiervoor veel geven! In het begin, dachten wij dat zuur minnende planten vrijwel zonder poespas erin zouden kunnen. Dat hebben wij inderdaad gedaan, maar succes was matig. Nu werken wij goede mest erin en heel vaak, doe ik extra tuinaarde erbij. Met dit recept ben ik haast wel geen plant meer kwijt geraakt en ze groeien ook heel erg goed. Ook wanneer mogelijk, geef ik de voorkeur aan het beplanten in de herfst. Zodoende hoop ik het wortelstelsel de beste kansen te geven tegen een mogelijk droge lente of zomer periode. Eigenlijk moet U niet denken dat ik kan met een gieter of een tuinslang in de bos kan beginnen – niet echt onmogelijk maar als je daaraan begint…. Verder, biedt een bos verassend veel bescherming tijdens een zware winterperiode dus wij gaan voor het planten in het najaar eerder dan in het voorjaar.

Nog een opmerking over het aanslaan van vaste planten. Heel vaak heb ik gemerkt wanneer je een aantal planten bij elkaar hebt ipv een enkeling, dat ze zich sneller en beter schijnen te gaan vestigen. Leuk voor de kweker dus. Een tijd terug zat ik bij een lezing van Hans Kramer die dit ook opmerkte en voeg daarbij de theorie dat planten, net zoals mensen, een wat strijdlustig karakter hebben en proberen uit te groeien boven hun buurman. Grapje, natuurlijk, maar toch een constatering van een feit. Een groep planten zullen de tussenliggende aarde met hun bladeren afschermen van zon en drogende wind en uitdroging voorkomen en aangrenzende wortels wat koel houden. Er vallen verder dingen te bedenken. Toch in de vaste planten border moet U sommige planten regelmatig splitsen omdat midden in een pol de boel juist neigt af te sterven wegens droogte en gebrek aan voedsel door competitie van de massa er omheen.

Onkruid

Slimme definities zoals “omkruid is een plant op de verkeerde plek” terzijde, U weet toch wat ik hiermee bedoel! Veel bezoekers maken de opmerking dat wij heel ijverig zijn omdat ze zo weinig onkruid in het bos (en tuinen) zien. Ijverig zijn wij wel, maar het gebrek aan omkruid heeft ook andere redenen. Gebrek aan veel zon op de grond in het bos houdt duidelijk veel zaadontkieming tegen – varens daarentegen komen omhoog terwijl U kijkt. In wat zonnige omgevingen waar borders of open aarde bestaan proberen wij de beplanting zo dicht te houden dat onkruid niet op valt of is weg geperst. Op Uw rondwandeling kijk hoe wij ook bodembedekkers gebruiken – een klein tip, veel klim planten zijn even gelukkig als bodembedekkers. Klimop (hedera) is een bekend voorbeeld maar planten zoals clematis en klimhortensia (Hydrangea anomala subsp. petiolaris) ziet U niet vaak in de rol van bodem bedekker – maar zij voldoen goed in dit rol.
 

Terug naar boven