Het woord “haar” komt overeen met “terp” en de bezoeker merkt dat heel duidelijk – het bos kent twee verhogingen die de namen “grote haar” en “kleine haar” hadden of hebben. De kleine haar waarop ons huis staat, was, volgens onze buren, een aardappelveld tot net voor de bouw van het huis. Het bosgebied ten zuiden van ons heeft de onmisbare structuur van een “rabattenbos” – een techniek waarbij de aarde uit parallel gegraven ontginningssloten werd gebruikt om de tussenliggende stroken te verhogen en daardoor droog te houden voor cultivatie. Dit kan dateren tot zelfs de 13
de eeuw en blijft heel duidelijk zichtbaar. Tot rondom 1950 werd dit gebruikt als kapbos en brandhout werd
verkocht. Toen wij arriveerden in 1991, waren de overblijvende stompen en eiken met veel stammen
de stille getuigen van deze laatste activiteit. Toch was het geheel overwoekerd met bramen en het was vrijwel ondoordringbaar geworden. Zaailing berken groeiden overal en de resulterende toenemende schaduw leidde tot de dood van veel kleinere struiken en bomen. Sommige sloten waren zelfs onzichtbaar geworden. Meest opvallend was het feit dat alles stil was – er was geen gezang van vogels. Moeilijk om dit nu voor te stellen wanneer U de zonnestralen door de bomen ziet en de vele vogels die er nu zijn ziet en hoort.